OpleidingsVorm 2

Leerlingen van OV2 worden voorbereid op een leven in een beschermde leef- en arbeidsomgeving.  Zij leren zo zelfstandig mogelijk zichzelf en hun leefomgeving te onderhouden en naar een beschermde werkplaats te gaan met het openbaar vervoer.  Aanvankelijk gebeurt dit onder strikte begeleiding van de leerkracht waarbij de leerlingen zelfstandiger worden naarmate ze over meer vaardigheden beschikken.  Dit leidt in fase 2 tot stages op verschillende plaatsen, die ze zelf moeten bereiken.  Dit natuurlijk onder begeleiding van een leerkracht. 

OV2 Fase 1

Nieuwe leerlingen starten hun schoolcarrière op OV2 in het observatiejaar.  Dit begint tijdens de vriendschapsdagen in september waarbij de leerkrachten en leerlingen een vertrouwensband opbouwen.  Op deze manier voelen de leerlingen zich snel thuis in onze school.  Daarna gaan we door met allerlei observaties en testen we hun mogelijkheden.
Zo kunnen we voor elke leerling een zo individueel mogelijk leertraject opstellen.  In het eerste jaar ligt hierbij de klemtoon vooral op de basisvaardigheden, op het leren omgaan met elkaar en met regels en afspraken.

In het tweede jaar werken we verder aan deze basisvaardigheden en verschuift de klemtoon naar concrete situaties.

De lessen worden zoveel mogelijk opgebouwd vanuit de leerlingen hun toekomstige leefwereld.

Hierbij streven we naar een zo groot mogelijke zelfstandigheid in verschillende situaties (wonen, werken, vrije tijd).

OV2 Fase 2

Vanaf 16 jaar kunnen de leerlingen die de basisvaardigheden voldoende onder de knie hebben, starten in fase 2.

Vanaf dan oefenen ze in situaties die aanleunen bij de realiteit.  Ze onderhouden een studiootje en verzorgen maaltijden binnen de school.

 

 

Arbeidsgerichte vorming wordt in deze fase belangrijker:  de praktijklessen staan in teken van het werken in de beschutte werkplaats  en vanaf nu worden hun verworven vaadigheden getoetst in verschillende buitenschoolse situaties.

De stages (vanaf 18 jaar) vinden plaats in een beschutte werkplaats; af en toe in het reguliere circuit.
Tijdens deze stages worden hun arbeidsfierheid, taakspanning, werkinzicht, nauwkeurigheid, gedrag en hun sociale vaardigheden geëvalueerd in de praktijk.